Brussel en Vlaanderen: samenwerken rond concrete ruimtelijke dossiers
Het vakblad Ruimte van de VRP sluit met het vierde nummer zijn eerste jaargang af. In dat nummer is er aandacht voor de versnelde bouw en renovatie van de Belgische gevangenissen. Peter Vermeulen en Kristin Müller vinden dat we overhaast te werk gaan. Ze pleiten voor bezinning en een heldere visie op de gevangenis van de eenentwintigste eeuw. Pascal De Decker las in een advies van de Nederlandse VROM-raad dat de grenzen tussen wonen, werken en recreëren, tussen stad en buiten, tussen binnen- en buitenland, tussen tijdelijk en permanent, en tussen hoofd- en nevenverblijf vervagen. In zijn bijdrage vindt Paul Wuillaume dat de provincies inzake ruimtelijke planning sexy moeten zijn. Nu zijn provincies voor veel planners veeleer een secundair en weinig creatief beleidsniveau dat vooral de nadruk legt op juridische orthodoxie. Karen Gysen geeft toelichting bij het door Vlaanderen ondersteund, strategisch project rond de Antwerpse fortengordels. Tegelijk maken die gordels ook deel uit van een Europese project waarin Vlaanderen en Nederland samenwerken.
Jens Aerts en Géry Leloutre vinden dat Vlaanderen en Brussel gezamenlijk studiewerk moeten verrichten over concrete dossiers waarbij beide gewesten te winnen hebben. Ruimtelijke planners moeten in dat opzet, politiek en communautair onafhankelijk, creatieve en gebiedsoverschrijdende ruimtelijke concepten en strategieën aanreiken. Hannelore Vandorpe en Peter Swyngedauw hebben het over het Parkbos Gent waar na tien jaar schot in de zaak komt. Het Vlaams gewest, de provincie Oost-Vlaanderen, de stad Gent en de gemeenten De Pinte en Sint-Martens-Latem hebben de handen in elkaar geslagen voor het aanleggen van dat 1200 hectaren groot bos. Omdat de technische randvoorwaarden minder streng zijn, kunnen ontwerpers en architecten hun creativiteit botvieren op bruggen voor fietsers en voetgangers. In de rubriek Vlaams Bouwmeester belicht Bart Van Moerkerke vier geslaagde voorbeelden van bruggen met wortels in hun omgeving. Liefst 84% van de Vlaamse bouwgronden is particulier bezit. Bij de overheid bezitten vooral steden en gemeenten bouwterreinen. Dat schrijft Isabelle Loris.
Antwerpen heeft in de periode 1970–2006 op het vlak van ruimtelijk beleid grote ontwikkelingen doorgemaakt. Dries Willems beschrijft hoe telkens andere spelers op het toneel verschenen en belicht ook de veranderende rol van het stadsbestuur. Annelies Tollet brengt een resumé van haar boek over de wijk “de Far-West” in Vilvoorde. In de periode tussen de twee wereldoorlogen legde België het grootste sociale bouwprogramma uit zijn geschiedenis ten uitvoer. Geen echte tuinsteden maar tuinwijken waren het dominante huisvestingstype in dat programma. De Far-West in Vilvoorde is een voorbeeld van zo’n bescheiden tuinwijk. Aan de oevers van de Maas in Nederlands en Belgisch Limburg ontwikkelt zich een naar Vlaamse normen groot natuurgebied, dat moet uitgroeien tot een toeristische trekpleister. Ruimtelijke ordening speelt een belangrijke rol in het project “Maasvallei… grensverleggend”, zegt projectleider Lambert Schoenmaekers. Advocaat Pieter Thomaes heeft het over de kritiek van de private bouwsector op het in het voorjaar door het Vlaams parlement goedgekeurde decreet grond- en pandenbeleid. Maar is de kritiek van de sector ook gegrond?








