blog > Operatie Circulatie. Circulariteit op de tast

Operatie Circulatie. Circulariteit op de tast

KSENIA KRASNITSKAJA EN ELMAR WILLEMS | 26 SEPTEMBER 2019

Een onbekende ruimte binnenstappen en de lichtknop niet kunnen vinden. Zo voelde de start van een traject waarin de VRP besloot af te wijken van de klassieke planningsthema’s en te onderzoeken hoe circulaire principes ingrijpen op ruimtelijke planning en vice versa.

Wat hebben leegstand, warmtenetten en materiaalbanken gemeenschappelijk? In toenemende mate worden (uiteenlopende) planningsopgaven gekaderd als circulaire uitdagingen. Anderzijds krijgt de ruimtelijke dimensie van circulaire initiatieven meer aandacht. Deze relatie kwam aan bod in het onderzoek dat de VRP samen met Bond Beter Leefmilieu lanceerde. Centraal stond de vraag hoe leegstaande gebouwen circulair kunnen worden ingevuld. Onze geselecteerde praktijkcases tastten evengoed in het duister wat betreft circulaire herbestemming. We deden beroep op enkele experten die ons handvaten boden op vlak van wonen, energie, mobiliteit en andere aspecten waarmee circulariteit tot uiting kan komen. Het resulteerde na een jaar in het inspiratieboek ‘Scenario Circulair’, een verzameling van voorstellen voor een circulaire invulling van leegstaande gebouwen.

Om het debat te verbreden en verdiepen, draaide het VRP-voorjaarscongres rond cases en concepten die toelichten hoe circulariteit in specifieke, lokale en bovenlokale omgevingen ingang vindt. De titel van het congres ‘Operatie Circulatie’ verwijst naar een grootschalige missie met een planmatig karakter, maar ook naar precieze, bijna chirurgische ingrepen. Beide zijn nodig bij de overgang naar een meer circulaire samenleving.

Op zoek naar de rol van de planner

Lokale stromen’
Het basisbeginsel van circulariteit schuilt in de activering en het waarde-behoud van lokale stromen en het minimaliseren van verspilling. Het lineaire karakter van economie en logistiek wordt doorbroken door reststromen te beschouwen als nieuwe hulpbronnen en dit liefst zo dicht mogelijk bij de plekken van (her)gebruik. Op die manier kan ook het transport beperkt worden met gunstige effecten op de CO2-uitstoot. De rol van de planner schuilt in het efficiënt faciliteren van deze stromen.

Elke maatschappelijke activiteit is afhankelijk van de input van stromen; dit varieert van zichtbare, evidente grondstoffen en goederen, tot en met minder tastbare stromen zoals kennis, energie en lucht. En elke activiteit produceert reststromen, gaande van een huishouden, de diensteneconomie tot zware industrie. De oefening bestaat erin om niet voor de hand liggende functies ruimtelijk naar elkaar toe te brengen en in te schakelen voor het sluiten van kringlopen en het leggen van nieuwe verbanden. Dit vraagt kennis en verbeelding, maar kan voor verschillende partijen een interessant verdienmodel opleveren. Enerzijds wordt er op die manier bespaard op het afvoeren van de afvalstromen. Afval bestaat als zodanig niet meer. Anderzijds kunnen grondstoffen aan een voordeliger tarief aangekocht worden omdat bijvoorbeeld de transport- en infrastructuurkosten wegvallen. Wat verstaan wordt onder grondstoffen verschilt uiteraard per activiteit. Dit kan gaan over verpakking, bouwmateriaal maar net zo goed over restwarmte en grijs water. In een ideaal scenario keren deze grondstoffen steeds terug in de kringloop en gebeurt het hergebruik meermaals, met significante effecten voor het milieu.

Het magische woord ‘reconversie’’
Een gebouw is onderdeel van een zogenaamd ‘trage’ stroom. De cyclus van materialenwinning, ontwerp, bouw, gebruik, renovatie en afbraak spreidt zich uit over enkele decennia. Het bestaand patrimonium is een enorme bron van materialen daarom belangrijk voor een circulaire economie. De gebouwde omgeving is een ‘urban mine’ die vraagt om een circulaire invulling, ook op vlak van functie en programma. De leegstandsproblematiek levert hier testcases. Wat ooit begon met leegstandsbeheer en andere formules van tijdelijke bestemming, is vandaag een ruimtelijke bottom-up beweging geworden. Toestand, DOK, Open Promotor Platform, NEST,… elke stad heeft verschillende vzw’s die vernuftig leegstand opnieuw inschakelen voor creatieve ruimtezoekers. Ook de vastgoedsector stapt mee in dit verhaal en gaat samenwerkingen aan om voor de sloop tijdelijke activiteiten toe te staan. Deze vorm van ‘activering’ van een plek komt de vastgoedsector goed uit: een programma wordt afgestemd op de toekomstige doelgroep en voegt waarde toe aan de plek. Na de reconversie ligt de weg open voor de verkoop van royaal geprijsde woningen. Misschien is de eerste uitdaging voor de circulaire planner om het woord ‘reconversie’ niet te gebruiken als een ruimtelijke aflaat. Als voorvechters van open ruimte moedigen zij aan om bebouwde ruimte te hergebruiken, open ruimte te vrijwaren en ruimte te laten voor sloop. De voorwaarde daarbij is de harmonie met de gebruikers en de afweging van maatschappelijke vragen. In de realiteit wordt reconversie vaak gekoppeld aan de individuele woonvraag in de vorm van exclusieve wooncomplexen. Wat dan weer niet strookt met gewenste woonscenario’s. Experimenten kunnen hierbij helpen. Experimenteren is een manier om tot vaststellingen te komen. De planner moet aan de slag gaan met deze vaststellingen en deze ook verzegelen in het programma met aandacht voor de bestaande maatschappelijke context.

Creatief met ruimte’
Dat programma hoeft overigens niet definitief te zijn en dat is meteen de volgende uitdaging. Circulair betekent namelijk ook flexibel. Een expo-hal kan transformeren in een atelier, een co-working in een hostel. De uitdaging voor planners begint bij het afstappen van het geconditioneerd verleden van een site. Het functionele was steeds één-dimensioneel, met een hoogtepunt gebetonneerd in het modernisme. In een woontoren werd er gewoond, in een kantoorgebouw ‘ge-kantoord’. De gevolgen van deze planmatige tunnelvisie zijn vandaag nog te voelen in slaapwijken en woonwoestijnen. Maar de circulaire planner is creatief. De materialen zijn polyvalent, de mogelijkheden zijn multifunctioneel en het gebruik gaat de klok rond. Kantine by day, repetitielokaal by night bijvoorbeeld. Met de juiste keuze van materialen en basisstructuren kunnen de ruimtes naar wens ingedeeld worden en wordt gedeeld gebruik gefaciliteerd. Zo wordt een gebouw niet enkel multifunctioneel over de jaren heen maar ook continu ter beschikking gesteld aan verschillende gebruikers.

‘Samen spelen, samen delen’
Daaruit volgt de vierde uitdaging: deeleconomie faciliteren. En van de pijlers van het circulaire denken is hergebruik. Dit heeft een materiële en milieutechnische component, doordat levensduur van materialen en het gebruik per eenheid materiaal of product toeneemt en er daardoor relatief minder nieuwe producten nodig zijn. Maar het heeft ook sociaal-maatschappelijk belang. De rol van de planner is er vooral op gericht om het delen te integreren in de ruimtelijke context. We noemden het voorbeeld van deelruimtes, maar delen is ook populair in mobiliteit, energie, voedsel en woonvormen. De coöperatie is weer hip en de hang naar bezit neemt af. Deze tendensen vormen het ideale klimaat en timing om te onderzoeken welke ruimtelijke ingrepen delen kunnen vereenvoudigen en aanmoedigen. Delen kan bovendien tussen individu’s maar evengoed tussen bedrijven. Waarom geen gedeelde kantines, vergaderzalen, opslagplaatsen ontwerpen op bedrijventerreinen? Op die manier dalen ook de kosten van energie, verwarming, water en wordt externe samenwerking in gang gezet.

Circulaire reflex

Bovenstaande uitdagingen en kansen zullen een nieuwe aanpak eisen van de ruimtelijke planner. Nieuwsgierigheid en creativiteit zijn daarbij essentieel. Geen enkele situatie is hetzelfde maar door telkens vanuit deze vernieuwende circulaire principes te zoeken naar ruimtelijke oplossingen, kan er een ‘circulaire reflex’ ontwikkeld worden. Een doelmatige houding die start met een screening van lokale kansen waarbij ook spelers die eerst niet in het vizier liepen, ingeschakeld worden in de kringloop van stromen. Deze circulaire reflex is een vereiste in de transitie naar een klimaatneutrale planning waarin er zuinig en intelligent wordt omgesprongen met ruimte als hulpbron.

Wil je meer weten over Operatie Circulatie? Kijk dan hier voor de presentaties van de namiddag.

Operatie Circulatie kwam tot stand dankzij de steun van Vlaanderen en Circulair
en met de samenwerking van de Bond Beter Leefmilieu

Ruimte-inname onmiddellijk terugdraaien