Vlaamse Vereniging voor
Ruimte en Planning

Burgerbeweging: een mythe?

JEF VAN DEN BROECK. 14 FEBRUARI 2018. Burgers en burgerbewegingen voelen zich steeds minder vertegenwoordigd in de particratische representatieve politieke en markt-gedomineerde arena’s. Sommigen noemen het een ‘mythe’ dat burgers zich actief willen inzetten in beleidsprocessen en er tijd wilen insteken. Helemaal geen mythe zoals de praktijk in binnen en buitenland bewijst. Burgerbewegingen die van onderuit groeien en steunen op een grote vrijwillige professionaliteit. Het voortdurende engagement van honderden burgers, wakkere burgers die hun dossiers dikwijls beter kennen dan politici, kan het verschil maken tussen ‘business as usual’ en kwaliteit.

En echte kwaliteit komt enkel tot stand door geïntegreerde kennisverwerving en het creatief en actief zoeken naar mogelijke ‘becomings’. We moeten niet naïef zijn. Hiervoor is een evenwaardige samenwerking nodig met alle betrokkenen — wat niet eenvoudig is, omdat belangen en het streven naar macht altijd een rol spelen.

Burgers willen kwaliteit

Burgers willen meewerken, niet hoofdzakelijk vanuit democratische overwegingen, maar omdat ze zich willen inzetten voor meer kwaliteit, voor een betere en gezondere  leefomgeving. Kijk maar naar het ‘Curieuzeneuzen’ onderzoek naar de luchtkwaliteit dat op initiatief van Ringland werd uitgevoerd. En naar de creatieve voorstellen en oplossingen voor het ‘Ringprobleem’ die de bewegingen op eigen kosten uitwerkten. Het is een symbool van een moderne, attractieve en wetenschappelijke aanpak waaraan vele burgers deelnamen. Een bewijs dat burgers en burgerbewegingen de kwaliteit van de besluitvorming sterk kunnen en willen bevorderen.

Koppelen van een deliberatieve en een representatieve aanpak

Maar hoe kan de stem van burgers en bewegingen structureel doordringen in de beleidsvorming en uitvoering? Niet door ‘toevallige’ reacties, maar door een gestructureerde, deels informele, deliberatieve aanpak gecombineerd met de representatieve maatschappelijke organisatie die zorgt voor legitimiteit van beslissingen. Zulke aanpak kan het institutionele landschap fundamenteel veranderen en aan burgers een verdiende stem geven buiten het stemhokje.

Spijtig genoeg wordt burgerbetrokkenheid nauwelijks geaccepteerd. Politiekers vrezen dat burgerbewegingen de machtsverhoudingen zullen beïnvloeden, administraties missen dikwijls de expertise en mogelijkheden om gestructureerd samen te werken met alle betrokkenen en  processen te ‘managen’, niet op een paternalistisch technocratische maar op een maatschappelijk relevante manier. Ze vrezen terecht de energie, de kennis en ambities ervan en weigeren om bewegingen een ‘relatieve autonomie, verantwoordelijkheid, vertegenwordiging en macht’ te geven gericht op een beter beleid en betere oplossingen. Vakpolitici en partijen moeten zich vragen stellen over nieuwe manieren om aan politiek te doen. De aanpak in de Gentse kanaalzone toont al jaren aan dat samenwerking mogelijk is. Een ‘parlement’ zorgt er voor een structurele koppeling en een vruchtbare samenwerking.

‘Binnen het planningsproces voor de Kanaalzone werden adequate overleg- en samenwerkingsstructuren opgezet. De (informele) Stuurgroep is nu een ‘parlement’, een lichaam met 90 leden, NGO’s, belangengroepen, burgers die eenzelfde stem hebben als de economische en politieke stakeholders. Binnen dit sociaal leerproces kunnen problemen, voorstellen en acties besproken en getest worden zodat ze diep gedragen worden. (Mr. Mathias De Clercq, Vice-Mayor City of Ghent, Chairman of the Board of directors of the Ghent Port Authority)’.

Een ‘Collectieve ruimteovereenkomst’

Hopelijk zijn Stratengeneraal, Ademloos en Ringland in het kader van het ‘Toekomstverbond’ op weg om samen met de overheden en ‘stakeholders’ vorm te geven aan een informele maar gemandateerde  ‘Werkgemeenschap’ als motor van het overkappingsproces en het ‘Routeplan’ voor de regio.

Overheden moeten ‘deliberatie’ in formele plannings- en beleidsprocessen accepteren als een instrument voor structureel overleg, onderhandeling en besluitvorming. ‘Collectieve overeenkomsten’ zoals het Antwerpse ‘Toekomstverbond’ kunnen de resultaten van deze onderhandeling legitimeren en kunnen de deliberatieve democratie koppelen aan de representatieve. En aan mensen die dit willen een stem geven buiten de particratie.

Foto: Reporters

Deze pagina werd aangemaakt op 17 juli 2018

©2019 VRP
Alle rechten voorbehouden.