Nieuws > VRP-opinie op vrtNWS

VRP-opinie op vrtNWS

IDEE DAT BETONSTOP ONBETAALBAAR IS, IS VAN TAFEL GEVEEGD: NU MOETEN WE VERDERE RUIMTE-INNAME ONMIDDELLIJK TERUGDRAAIEN

Een strenge en directe betonstop zou de Vlaamse overheid een besparing opleveren tot 1,7 miljard euro per jaar. Dat staat in een studie van de Vlaamse Overheid en het VITO, de Vlaamse Instelling voor Technologisch onderzoek. Het is een opsteker dat dit nu met cijfers gestaafd wordt, schrijft de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning. We moeten de verdere ruimte-inname onmiddellijk terugdraaien met een sterk beleid en daar ziet de vereniging een taak voor de volgende Vlaamse regering.
Hans Tindemans za 30 mrt 2019

De krant De Standaard pakte op donderdag 28 maart uit met een studie van VITO in opdracht van het Departement Omgeving waaruit de enorme kost van het Vlaamse verspreide woonmodel blijkt.  Een betonstop, zo blijkt uit de studie, kan miljarden besparen. Als vakvereniging van ruimtelijk planners en stedenbouwkundigen weet de VRP natuurlijk al lang dat de verstedelijking van het Vlaamse platteland nefast is – en zeker niet alleen voor onze portemonnee. Dat dit met cijfers gestaafd wordt, is een opsteker. De idee dat de betonstop ons veel geld gaat kosten, is met deze studie vakkundig van tafel geveegd door een Vlaamse wetenschappelijke topinstelling. Hopelijk is hiermee ook de Vlaamse politiek overtuigd van de urgentie van een doordacht en ambitieus ruimtelijk beleid.

In bepaalde kringen wordt wel eens beweerd dat de betonstop niet nodig is omdat urban sprawl(oftewel stedelijke wildgroei nvdr.) historisch gezien “eigen” is aan Vlaanderen. Op oude kaarten blijkt inderdaad dat gehuchten, linten en verspreide bebouwing onderdeel waren van ons landschap. Maar een belangrijk element hierin is dat die bebouwing in functie stond van de landbouw. Het wordt problematisch wanneer ontwikkelingen niet meer op de landbouw gericht zijn. Dat is precies wat er al decennialang aan de hand is. We zien een ver doorgedreven verstedelijking van het platteland die voornamelijk de markt ten goede komt, niet de landbouw en zeker niet het algemeen belang: dit lukraak bebouwingspatroon legt druk op de schaarse natuur die ons nog rest, brengt onze waterhuishouding in de problemen, leidt tot landschapsverstoring, zorgt voor overmatige mobiliteitsdruk…

De maatschappelijke kosten van de ruimtelijke versnippering zijn lang onzichtbaar gebleven, maar de laatste jaren komen ze steeds meer aan de oppervlakte. Files reiken nu ook tot in de Dorps- en Schoolstraat. Gemeenten hebben het steeds moeilijker om hun infrastructuur te onderhouden. Gemeentelijke zwembaden en bibliotheken sluiten voorgoed hun deuren. Dit houdt rechtstreeks verband met ons versnipperd ruimtegebruik. Dat gemeenten krap bij kas zitten, hoeft niet te verbazen: bij verspreide bebouwing is er immers 10 keer meer infrastructuur nodig per gebouw dan in een stadskern. Daardoor ligt de kostprijs om infrastructuur te voorzien per gebouw er 7 keer hoger. Slechts een fractie daarvan wordt via de belastingen van nieuwe inwoners terugverdiend. Voor kleinere gemeenten betekent dat een onhoudbare financiële situatie waarbij nog verder uitbreiden – met alle bijbehorende onderhoudskosten van dien – de kroniek van een aangekondigd failliet dreigt te worden. Gemeenten die zorgeloos verkavelingen blijven goedkeuren of verlinting toelaten, rijden zichzelf  in de vernieling. Gelukkig begint dit te dagen bij heel wat lokale besturen, denken we maar aan inspirerende lokale projecten zoals De Tuinen van Puurs of nijlenmorgen.be.

De VRP pleit niet voor een massale volksverhuizing naar de stad. De rijkdom van Vlaanderen ligt net in onze diverse woonomgevingen. Laten we die rijkdom koesteren – en toekomstgericht maken. Dit kunnen we door op een doordachte manier dat wat er al is, te verbeteren en te transformeren (oude, energieverslindende wijken bijvoorbeeld). Dit betekent in de eerste plaats kernversterking. De voorzieningen terug naar de kern brengen zodat bewoners er met de fiets, te voet of met het openbaar vervoer naartoe kunnen. Mensen terug naar de dorpskern en dichter bij elkaar brengen – mét behoud van privacy en met aandacht voor voldoende groen. Dat kan. Elk jaar worden er in de Vlaamse universiteiten topmensen opgeleid; ruimtelijk planners die theoretisch en/of ontwerpmatig uitblinken in hun vak. Laten we vertrouwen hebben in dat vakmanschap.

Dat aan het versnipperd ruimtegebruik een prijskaartje hangt, moge onderhand duidelijk zijn. En de rekening moet betaald worden. De VITO-studie toont onweerlegbaar aan dat we per jaar een miljard of meer aan maatschappelijke kosten sparen door zorgvuldiger om te springen met onze ruimte. We kunnen kiezen voor meer belastingen, gemeentelijke opcentiemen, rekeningrijden … of we kunnen het probleem bij de wortels aanpakken: verdere ruimte-inname onmiddellijk terugdraaien met een sterk beleid en de nodige instrumenten om dat beleid uit te voeren. Misschien noopt de klimaaturgentie ons om beide te doen? Wachten tot 2040 heeft alvast geen zin, want dan is het te laat.

Nu het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen en het Instrumentendecreet niet in de huidige legislatuur geregeld zullen worden, is het aan de volgende Vlaamse regering om een uiterst moeilijk, maar noodzakelijk systeem uit te werken dat rechtvaardig is en juridisch goed onderbouwd. Deze regeling zal de grote hoeveelheid aan potentiële bouwgronden zoals ingekleurd op het gewestplan moeten wegwerken – en tegelijk de eigenaars ervan op een eerlijke maar realistische manier vergoeden. De komende bestuursploeg staat voor de keuze om de kosten te blijven afwentelen op de volgende generaties of te investeren in een duurzame ruimtelijke ontwikkeling. Wij raden het laatste aan. Politici krijgen hiermee alvast een onverbloemde “win-win” in hun schoot geworpen want dit is precies het punt waar de groene en de gele hesjes elkaar ontmoeten.

LEES HET OPINIESTUK VIA VRTNWS

GEEF ONS EEN ‘LIKE’ OP FACEBOOK