Nieuws > VRP-Afstudeerprijs 2021

VRP-Afstudeerprijs 2021

Dit jaar wordt de VRP-Afstudeerprijs gedeeld door Simon Stroo (Antwerp Management School) en het duo Marie-Sophie Vindevogel en Arnaud Vander Donckt (KU Leuven). Op 23 februari worden de winnaars in de bloemetjes gezet. Ze zullen dan hun thesis aan u voorstellen en in debat gaan met een kritische expert. Niet te missen – want ook dit jaar koos de jury voor eindwerken met een urgent thema: met name een financieel instrument voor de bouwshift en een pakkend betoog voor meer ruimtelijke rechtvaardigheid.

A Homeless Atlas. The architecture of precarious dwelling in Brussels

De winnende thesis van Arnaud Vander Donckt en Marie-Sophie Vindevogel (KU Leuven) onderzoekt hoe daklozen in Brussel wonen en hoe de architectuur van de stad hen onderdak biedt. De ruimtelijke focus ligt op Brussel-centrum: daar komen immers veel historische lagen van verstedelijking samen, waaronder ook sporen van daklozen- en anti-daklozenarchitectuur.

Van alle daklozen in Brussel, leeft het grootste aantal in het centrum, de vijfhoek. Wellicht omdat daar veel organisaties geconcentreerd zijn die zich om hun lot bekommeren. Daarnaast biedt het centrum ook heel wat andere voordelen: meer overdekte ruimte, meer pendel- en bedelmogelijkheden, meer toiletten en drinkfonteinen.

Het onderzoek van Arnaud en Marie-Sophie presenteert zich als een atlas. Het onderzoekt daklozenculturen zoals ze zich in de ruimte ontvouwen en onderzoekt op een ruimtelijke manier wat de relatie is tot sociale onrechtvaardigheid/ongelijkheid. De daklozenwoonculturen worden in kaart gebracht via het voortdurende getouwtrek tussen daklozen- en anti-daklozenarchitectuur, waardoor zowel hinderende als aansporende geografieën ontstaan (‘oppressive vs enabling geographies’). De atlas wil die ‘geografieën’ – die normaal gezien een onzichtbare laag zijn van urbanisme en stedelijk leven – zichtbaar maken.

Door het blootleggen van een specifieke laag van stedelijke ruimte – ‘de dakloze stad’ – hoopt de atlas een opstap te bieden naar meer ruimtelijke rechtvaardigheid. De volgende hoofdstukken brengen in kaart hoe organisaties, die daklozen ondersteunen, met elkaar verweven zijn, hoe zij deel uitmaken van een ruimere stedelijke context en hoe zij functioneren binnen hun architecturaal kader. Daarna volgt het in kaart brengen van leegstand en kraakpanden, met een discussie over de problemen en mogelijkheden die dit met zich meebrengt. Tot slot word de mogelijkheden in Brussel belicht aan de hand van conceptuele ontwerpverkenningen.

De jury vindt dit werk ‘een klap in het gezicht’. Het toont hoezeer het lot van mensen zonder dak een pijnlijk blinde vlek is in het nochtans open vizier van de ruimtelijk planner.

Een open ruimte transitiefonds in Vlaanderen


Het is de eerste keer dat een student van Antwerp Management School meedoet met de Afstudeerprijs en meteen ook wint. Simon Stroo behandelt in zijn thesis het probleem van de bouwshift vanuit een cijfermatige invalshoek.

Vanuit de wetenschappelijke literatuur stelt Simon een theoretisch kader op waarbinnen het idee van een ‘Transitiefonds’ wordt uitgewerkt. Dit fonds wil grondeigenaars de kans geven op een billijke vergoeding voor het eventueel geleden verlies door de geplande bestemmingswijziging na 2040. De bedoeling is dat grondeigenaars hun perceel bouwgrond onderbrengen in het transitiefonds. Over de looptijd van het fonds wordt jaarlijks een gelijk deel van de waarde van het bouwperceel uitbetaald aan de grondeigenaar zodat, na de looptijd van fonds, de grondeigenaar volledig is vergoed. Op deze vergoeding wordt jaarlijks een extra rendement uitbetaald om de eigenaar te vergoeden om het bouwperceel braak te laten liggen. Bouwgrond wordt aldus een belegging waarop de grondeigenaar een rendement krijgt uitbetaald.

Op basis van een GIS-analyse werd de juridisch bestemde voorraad bouwgrond voor wonen ruimtelijk geanalyseerd en financieel gewaardeerd. Deze analyse vormt de basis voor het Transitiefonds. De werking van het Transitiefonds wordt geanalyseerd over een totale looptijd van 27 jaar, te beginnen met de kosten van het fonds.

Verschillende scenario’s waarbij de hoeveelheid percelen en het tempo van inbreng in het fonds wijzigen, simuleren de kosten voor de overheid. In eerste instantie wordt een nulscenario opgemaakt dat verder wordt verfijnd aan de hand van verschillende aannames. De bedoeling is inzicht te verkrijgen in de maximale kostprijs van de hele bouwshiftoperatie.

In functie van de kosten van het fonds wordt vervolgens een voorstel tot inkomsten uitgewerkt, op basis van een openruimtetaks op nieuwbouw (zowel nieuw als bestaand ruimtebeslag). Dit gebeurt aan de hand van twee scenario’s: 1) een business-as-usual-scenario en 2) een kernversterking-scenario. Uiteindelijk wordt, op basis van de gesimuleerde kosten en inkomsten, een netto contante waarde voor het fonds berekend.

De jury vindt het eindwerk een waardevolle bijdrage aan het bouwshift-debat. Het is niet onwaarschijnlijk dat voor een idee als het Transitiefonds – mits het instrument verfijnd wordt – draagvlak kan gevonden worden. Gezien de urgentie van de thematiek is dat op zijn minst een hoopvol gegeven.