Nieuws > VRP-reactie op het Krokusakkoord

VRP-reactie op het Krokusakkoord

Op woensdag 23 februari 2022 bereikten de Vlaamse regeringspartijen een Krokusakkoord. Naast het stikstofdossier bevat het ook een conceptnota voor de bouwshift. Het Krokusakkoord werd de afgelopen dagen druk besproken in de media. Hieronder de eerste reactie van de VRP op dit belangrijke akkoord.

We zijn tevreden dat we actief mochten meedenken in de Taskforce Bouwshift, opgericht door minister Demir, en zo mee een roadmap konden uittekenen voor het realiseren van de bouwshift. We zijn blij dat de Vlaamse regering aan de slag is gegaan met het werk van de Taskforce en een finaal akkoord heeft gevonden. Nu kunnen we in Vlaanderen eindelijk richting uitvoering gaan.

Kanttekeningen

  1. Het is evenwel belangrijk en noodzakelijk dat de Vlaamse regering op korte termijn de zonevreemde wijzigingen en uitzonderingsregimes in openruimtebestemmingen zal terugdraaien. Zonder kordate maatregelen op dat vlak is het niet haalbaar om bijkomend ruimtebeslag te beperken tot 3 ha/dag tegen 2025. 
  2. Planningsneutraliteit wordt ingevoerd, ofwel de verplichting om elke omzetting van een zachte naar een harde bestemming te compenseren door een gelijkaardige omzetting van een harde naar een zachte bestemming. Dit is een belangrijk principe dat finaal zal moeten evolueren naar ruimteneutraliteit.
  3. Het is goed dat meerderheid en oppositie de bouwshift nog steeds onderschrijven, maar dit akkoord kan enkel gezien worden als een eerste stap. Er zullen nog veel stappen moeten volgen. Wat helemaal ontbreekt is een strategie voor de vrijwaring van de volledige 30.000 ha grond tegen 2040. Evenmin zien we een actief ruimtelijk beleid rond kernversterking en ruimte voor economie. De snelle klimaatverandering, en de gevolgen ervan, nopen ons tot actie. We hopen dat dit op korte termijn via de beleidskaders van het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen beleidsmatig wordt geconcretiseerd.
    We raden aan om maximaal gebruik te maken van het werk van de Taskforce. Daarin staan heel wat concrete voorstellen die nog niet hun weg vonden naar het Krokusakkoord.
  4. Tot slot hebben we (nog steeds) heel wat juridische bedenkingen bij de ‘stolp’ op de woonreservegebieden en vrezen we – zoals in vorige adviezen benadrukt – dat 100% venale waarde bij planschade juridisch een ongezien precedent is. Het is ook onrechtvaardig. Bovendien zal het ertoe leiden dat gronden herbestemmen in woongebied en andere harde bestemmingen zoals bedrijvigheid, recreatie en gemeenschapsvoorzingen, onbetaalbaar wordt (volgens eerste berekeningen tussen de 10 en 20 miljard).
    Zo’n hoge planschade hypothekeert zonder meer de verdere uitwerking van de bouwshift. Enkel wanneer een mechanisme van sterke afwaardering wordt toegepast op de venale waarde bij planschade kan het kostenplaatje beheersbaar blijven. En zullen ook gemeenten kunnen meewerken aan de bouwshift.