Vlaamse Vereniging voor
Ruimte en Planning

Omgevingsplanning. 1-0 voor Nederland op vlak van ruimtelijke planning?

KRISTIEN LEFEBER. 18 JULI 2018. Nederland is momenteel volop ‘Aan de slag met de omgevingswet’. Deze nieuwe wetgeving gaat pas in 2021 in voege zodat men zich hierop voldoende kan voorbereiden. De Omgevingswet bundelt en vervangt 26 bestaande wetten voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water en reduceert 4.700 artikelen tot 379. Daarmee vormt de wet de basis voor het integraal beheer van en voor de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving.

Onder het motto ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ wil Nederland met de Omgevingswet een versnelling inzetten en een kwaliteitsslag maken om de grote maatschappelijke uitdagingen zoals zeespiegelstijging, luchtkwaliteit, biodiversiteit enz. het hoofd te bieden. Door een samenhang te creëren tussen verschillende beleidsdomeinen zet de Omgevingswet heel sterk in op een gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit als basis voor een duurzame ontwikkeling.

De Nederlandse Omgevingswet kadert volledig in de tijdsgeest van een zich terugtrekkende overheid, maar wil een krachtig kader bieden waarbinnen lokale actoren zelf aan de slag kunnen. Dat kader wordt ruimtelijk gedefinieerd maar tegelijk geruggensteund door de ambitieuze doelstellingen die Nederland heeft geformuleerd op vlak van energie en klimaat. Hoewel de Omgevingswet veel minder regels oplegt, wil de Nederlandse overheid wel streng handhaven wat wel in regels is opgelegd. De Nederlanders zien de omgevingsvisie zelf als een kans om integrale opgaven anders aan te pakken: niet alles aan alles verbinden, maar slimme combinaties maken. Lopen we dan niet het risico om een aantal cruciale kansen te missen, vragen we ons af. Toch zijn onze noorderburen ook kritisch: naar de geest van de wet lijkt er echt een transitie te worden ingezet, maar in praktijk kan de wet evengoed leiden tot meer van hetzelfde. Kennen we dat ergens van?

Hans Leinfelder gaf hierop een kritische reflectie over de mogelijke invoering van de omgevingsvisie in Vlaanderen door het planningsdiscours als invalshoek te kiezen. Dit discours bestaat uit 3 elementen: de ontwikkeling van een inhoudelijke verhaallijn, de groei van coalities van actoren en de institutionalisering van de praktijk.

De sense of urgency bestaat ook in Vlaanderen: het ruimtelijk planningsproces gaat te traag tot besluitvorming, de maatschappelijke problemen zijn complex… Wet- en regelgeving wordt aangepast met ‘complexe projecten’, omgevingsvergunning’, integratie van MER in RUP’s … gevolgd door de organisatorische hervorming tot het departement Omgeving. Toch zijn er verschillen met Nederland. In Vlaanderen hebben we het moeilijk om een alternatieve positieve inhoudelijke verhaallijn te geven. In Nederland werkt men met een discourswissel als leertraject. Nederland geeft een totaalbeeld van wat ze willen tegen 2021, in Vlaanderen is dit veel fragmentarischer.

Maar er is in de praktijk toch een groot verschil tussen de geest en letter van de wet in Nederland, om even Jan Rotmans te citeren. Maar dat is stof voor een volgende sessie van het VRP-lab ‘Omgevingsplanning’ dat op 6 juni van start is gegaan.

copyright afbeelding RUIMTEVOLK 2018
Kristien Lefeber schreef deze tekst in opdracht van het Vlaams Planbureau voor de Omgeving (Departement Omgeving) in het kader van de ‘Prospectie rond internationale omgevingsplanning’

Deze pagina werd aangemaakt op 18 juli 2018

©2019 VRP
Alle rechten voorbehouden.